insight featured image
De voorgestelde maatregelen zullen per 1-1-2022 in werking treden, tenzij anders vermeld.
Onderwerpen
Belastingplan 2022

Lees meer over andere wetsvoorstellen uit het Belastingplan 2022 of meld u aan voor ons webinar.

Zelfstandigenaftrek daalt verder

In 2022 daalt de gewone zelfstandigenaftrek verder van € 6.670 naar € 6.310 voor ondernemers die nog niet de AOW-gerechtigde leeftijd hebben bereikt. Ondernemers die wel de AOW-gerechtigde leeftijd hebben bereikt, zien hun zelfstandigenaftrek dalen van € 3.335 naar € 3.155.

Let op: De zelfstandigenaftrek zal jaarlijks verder dalen tot € 3.240 in 2036.

Verhoging milieu-investeringsaftrek

De milieu-investeringsaftrek (MIA) kent drie categorieën van milieu-investeringen. Categorie I wordt uitgebreid met bepaalde groene investeringen, waaronder een lichte elektrische bestelauto en een ondergrondse waterberging. Bovendien stijgt de MIA voor categorie I van 36% naar 45%. De MIA voor categorie II stijgt van 27% naar 36%. Voor categorie III stijgt de MIA van 13,5% naar 27%.

Let op: Wanneer eenmaal het budget voor de MIA is behaald, wordt deze niet meer toegewezen. Het budget voor de periode 2022-2024 wordt verruimd met € 30 miljoen per jaar. Het budget voor 2022 bedraagt daardoor € 144 miljoen.

Gebruikelijk loon innovatieve start-up

Sinds 2017 kan het loon van dga’s van innovatieve start-ups worden vastgesteld op het wettelijke minimumloon. Deze uitzondering, opgenomen in de gebruikelijkloonregeling, verbetert de liquiditeitspositie van innovatieve nieuwe ondernemingen. De uitzondering zou vervallen per 1 januari 2022, tenzij de maatregel positief zou worden geëvalueerd. Omdat de evaluatie nog niet is afgerond, wordt de vervaldatum van de uitzondering opgeschoven naar 1 januari 2023. Ook in 2022 kan voor dga’s van innovatieve start-ups dus het wettelijke minimumloon worden aangehouden.

Let op: Om gebruik te kunnen maken van de tegemoetkoming is wel een zogenoemde S&O-startersverklaring nodig.

Tip: Als de evaluatie positief is, is ook na 2023 een lager loon mogelijk. De Belastingdienst keurt goed dat bijvoorbeeld bij een structurele verliessituatie het gebruikelijk loon zelfs lager dan het wettelijk minimumloon kan zijn.

Beperking verrekening voorheffingen Vpb

Het voorstel is om de verrekening van dividendbelasting en kansspelbelasting (voorheffingen) met de vennootschapsbelasting (Vpb) vanaf 1 januari 2022 temporeel te beperken. Dit om strijdigheid met het EU-recht weg te nemen. De verrekening van voorheffingen is maximaal de in een jaar verschuldigde vennootschapsbelasting. Daarbij schuiven de niet-verrekende voorheffingen onbeperkt door naar volgende jaren.

Let op: Doorschuiven is slechts mogelijk indien het bedrag aan door te schuiven voorheffingen door de inspecteur is vastgesteld bij voor bezwaar vatbare beschikking.

Om samenloop van de temporele verrekening met bestaande reorganisatiefaciliteiten en het fiscale eenheidsregime te regelen, is een aantal flankerende maatregelen opgenomen.

Mismatches bij prijscorrecties

Bij transacties tussen verbonden lichamen geldt het zakelijkheidsbeginsel. Hanteert men een onzakelijke prijs, dan moet deze prijs worden bijgesteld. Hierdoor kan een situatie ontstaan waarbij een deel van de winst nergens wordt belast. Dit gebeurt als de winst van een belastingplichtige omlaag wordt bijgesteld en deze correctie bij het verbonden lichaam niet of tot een lager bedrag als bate wordt belast. De maatregelen in het voorstel beperken in zo’n situatie de neerwaartse aanpassing van de in Nederland belastbare winst bij de belastingplichtige.

Verliesverrekening fiscale eenheid

Recente rechtspraak kan ertoe leiden dat zogenoemde houdster- en groepsfinancieringsverliezen verrekend kunnen worden met niet-houdster- en groepsfinancieringswinsten. Het kabinet heeft in de aanbiedingsbrief bij de belastingplannen aangegeven de gevolgen te zullen gaan repareren. Zonder reparatie zou dit de schatkist veel geld gaan kosten. Deze nieuwe regeling zal in een nota van wijziging worden opgenomen.

Let op: Let bij een fiscale eenheid met een door de houdster opgerichte dochtermaatschappij en met voorvoegingshoudsterverliezen op eventuele implicaties van deze reparatiewetgeving.