Healthcare

Arbeidsbeloningen van bestuurders in de zorg beperkt

Per 1 januari 2013 is de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT) in werking getreden. Daarmee is destijds de Wet openbaarmaking uit publieke middelen gefinancierde topinkomens (Wopt) vervangen. Ook bestuurders/functionarissen van WTZi toegelaten instellingen vallen onder de WNT.

Met ingang van 1 januari 2014 is de maximale bezoldiging voor topfunctionarissen in de zorg nader beperkt door de Regeling bezoldigingsmaxima topfunctionarissen zorg- en welzijnssector, die een klassenindeling introduceerde met voor iedere klasse een eigen maximum.

Vervolgens is per 1 januari 2015 de WNT-2 in werking getreden die kort gezegd de maximale bezoldiging beperkt van 130 procent van een ministersalaris naar 100 procent daarvan. Het onderwerp van de normering van bezoldiging van functionarissen in de publieke en semipublieke sector is nog immer actueel en in beweging. Zo is voor de zorg de verwachting dat met ingang van 1 januari 2016 bij Ministeriële Regeling een nieuwe klassenindeling van kracht wordt die aansluit bij de zogenoemde WNT-2 norm.

Daarboven zijn er voor het jaar 2017 nog voornemens voor de introductie van een WNT-3. De regelgeving en het overgangsrecht is inmiddels een complexe materie geworden. Daarom volgt hieronder een beschrijving van de stand van zaken.

Regimes

De WNT kent voor verschillende organen en rechtspersonen verschillende beloningsregimes. Zo geldt voor het eerste regime, waaronder openbare lichamen, zorginstellingen en onderwijsinstellingen e.d. vallen, een bezoldigingsmaximum. Op het tweede regime, die van toepassing is op zorgverzekeraars, is een sectorale bezoldigingsnorm van toepassing. Tot slot is er nog een derde regime die uitsluitend geldt voor de organisatie op grond van de scheepvaartverkeerswet waarbij alleen een openbaarmakingsverplichting geldt.

Maxima WNT

Bij de invoering van de WNT per 1 januari 2013 werd de bezoldiging voor topfunctionarissen gemaximeerd op 130 procent van een ministersalaris (destijds 187.340 euro). In de WNT is onder meer de mogelijkheid voor de Minister opgenomen om bij ministeriële regeling rechtspersonen of organisaties onder de categorie WTZi-toegelaten instellingen in te delen in verschillende klassen op grond van criteria die betrekking hebben op onder meer de omvang van de instelling en daarbij de maximale bezoldiging lager vast te stellen dan de maximale WNT-norm.

Met ingang van 1 januari 2014 heeft de Minister daarvan gebruik gemaakt en op grond van de Regeling bezoldigingsmaxima topfunctionarissen zorg- en welzijnssector varieerde de maximale bezoldiging van 85.590 euro tot 229.043 euro.

Maxima WNT-2

Vervolgens is met ingang van 1 januari 2015 WNT-2 ingevoerd. De maximale bezoldigingsnorm is toen verlaagd tot 100 procent van het ministersalaris (maximaal 178.000 euro). Destijds is het de Minister niet gelukt de klassenindeling vast te stellen conform deze norm. Daardoor bleef voor de zorg in het jaar 2015 de maximale bezoldiging van toepassing zoals vastgesteld in voornoemde Regeling bezoldigingsmaxima topfunctionarissen zorg- en welzijnssector.

Voor het jaar 2016 is de maximale bezoldigingsnorm vastgesteld op 179.000 euro. Inmiddels is aangekondigd dat er per 1 januari 2016 wel een nieuwe klassenindeling voor de zorg komt die ook aansluit bij de WNT-2 norm. Dit betekent dat ook voor topfunctionarissen in de zorg per 1 januari 2016 een maximumbezoldiging zal gelden van 179.000 euro.

De nieuwe klassenindeling wordt gebaseerd op complexiteit van de instelling, kennisintensiteit en omzet.

Overgangsregelingen

Hieronder beperken wij ons tot regime 1, de organen en rechtspersonen die onder de zogenaamde WNT-norm vallen. De WNT is zoals gezegd per 1 januari 2013 in werking getreden en er geldt een overgangsregeling voor afspraken die vóór 6 december 2011 (de datum waarop de wet door de Tweede Kamer is aangenomen) gemaakt zijn.

Deze overgangsregeling houdt in dat deze afspraken, ongeacht of deze de WNT-norm overschrijden, gedurende 4 jaren na 1 januari 2013 worden gerespecteerd (tot en met het jaar 2016) waarna de bezoldiging die de WNT-norm te boven gaat in 3 jaren dient te worden afgebouwd tot aan de (WNT-)norm.

Vervolgens dient de bezoldiging wegens de invoering van ministeriële regelingen en WNT-2 in twee jaar tijd te worden teruggebracht tot de daarvoor geldende norm. Contracten die in het jaar 2014 zijn ondertekend vallen onder het overgangsrecht van WNT-2. Met ingang van het jaar 2016 dient een eventueel te hoge bezoldiging in maximaal 7 jaar te worden terug gebracht tot de WNT-2 norm. Ook contracten van na 1 januari 2015 kunnen nog onder dit overgangsrecht vallen doordat de Regeling bezoldigingsmaxima topfunctionarissen zorg- en welzijnssector nog niet was aangepast.

De controlerend accountant dient betalingen boven de WNT-norm aan de Minister te melden en deze betalingen worden als onverschuldigd betaald aangemerkt. Deze dienen - zo nodig onder een last onder dwangsom - te worden terugbetaald door de topfunctionaris (of de instelling). Het meest vervelende is echter misschien wel de nodige aandacht die betalingen boven de WNT-norm kunnen genieten in de media.

Uitzondering

De WNT biedt de mogelijkheid de Minister om een uitzondering op de WNT-norm te verzoeken. Op basis van deze mogelijkheid is zeer recent de eerste uitzondering op de norm verleend aan de bestuursvoorzitter van het UMC Utrecht. Zij mag in 2016 het maximale bestuurdersinkomen overschrijden.

Zoals uit het bovenstaande blijkt is de normering van de bezoldiging van topbestuurders en toezichthouders in de zorg volop in beweging. Reden genoeg om dat op de voet te blijven volgen.