Advisory

‘Waar niet is ...’ Flarden uit de insolventie-onderzoekspraktijk

'Waar niet is, verliest de keizer zijn recht' is een Nederlandse zegswijze die bij uitstek van toepassing is op het werk van curator, zowel op de markt als op de boedel. Werken als curator in faillissementssituaties is een conjunctuurgevoelige kwestie.

Een beetje geluk

Met het aantrekken van de economie wordt de spoeling voor de meeste curatoren dunner. Dat ondervonden de interviewers van Grant Thornton dit voorjaar tijdens een ronde langs (iets meer dan) 30 curatoren. Is altijd zo geweest en zal altijd zo blijven. Tegelijkertijd 'vallen' er nog steeds grote faillissementen. De curatoren van Imtech en V&D kunnen daar over meepraten. Ook als curator moet je een beetje geluk hebben, immers: de een zijn dood...

De waarde van een forensisch accountant

Hoewel de ervaring is dat in de meerderheid van de faillissementen er geen werk is te doen voor de forensisch accountant (omdat de oorzaak evident lijkt of omdat de boedel dat domweg niet kan dragen), zijn er anderzijds ook situaties waarin zijn rol waarde toevoegt. Soms knaagt er ook iets. Het doen van oorzakenonderzoek is geen liefdadigheidsindustrie en kost dus geld. De paradox is natuurlijk dat de vraag of die investering gerechtvaardigd is, vaak alleen kan worden beantwoord nadat er onderzoek is gedaan. Ook een dilemma van forensisch onderzoek in faillissementssituaties.

Na de publicatie 'Feiten maken het recht' (2014) werden afgelopen jaar opnieuw advocaten geïnterviewd door Grant Thornton, deze keer (op een enkele uitzondering na) advocaten die werkzaam zijn als curator in de faillissementspraktijk. Gesproken werd over de samenwerking met forensisch accountants, controlerend accountants, oorzakenonderzoek en faillissementsfraude.

Vijf onderdelen die het meest opvallen

Voor de onderdelen uit de interviews die wij er het meest vonden uitspringen of ons anderszins zijn opgevallen, verwijzen wij naar de pagina's hierna. Maar als wij de rode lijn van de ruim 30 gesprekken samenvatten, dan is het deze:

  1. Voor de hand liggend, maar toch: externe deskundigen zoals forensisch accountants worden alleen ingeschakeld als de complexiteit van het faillissement er om vraagt en de boedel het kan dragen. Maar in zo'n geval heb je ook echt iets aan de specialist. 'Ieder zijn vak' werd regelmatig opgetekend.
  2. Niet in alle gevallen – behalve dan bij curatoren die er zelf ervaring mee hebben opgedaan – is duidelijk wat nu precies het verschil is tussen forensisch- en andere accountants. Kennelijk is daar nog iets uit te leggen. Regelmatig vroeg een curator ook aandacht voor de beroepsregels van accountants, die soms als knellend worden ervaren en die, omdat zij van toepassing zijn op de hele beroepsgroep, soms juist in de weg staan bij het inhuren en het werk van forensisch accountants.
  3. Over de vraag of het rapport van de forensisch accountant deel moet uitmaken van de bevindingen van de curator of juist een eigen, daarvan afgescheiden, rapport dient te zijn, bestaat verschil van inzicht. Er zijn twee scholen: enerzijds curatoren die een zelfstandig onderzoek verlangen (en daar dan dus ook geen bemoeienis mee hebben) en anderzijds curatoren die de forensisch accountant in het eigen onderzoek inhuren als 'onderaannemer'. Curatoren die ervaring hebben gehad met forensisch onderzoek wijzen op het voordeel van zelfstandig onderzoek, zeker als dat wordt ingebracht in een procedure.
  4. De vraag of de controlerend accountant van de failliet gemakkelijk meewerkt als de curator informatie vraagt levert verschillende ervaringen op. Sommigen hebben daar in het algemeen geen problemen mee. Anderen echter ervaren tegenwerking, vaak omdat de accountant kennelijk nattigheid voelt. De accountant, die moet werken in een ondoorzichtig woud van beroepsregels en disclaimers, is risico-avers en als de dood voor aansprakelijkheid. En die risicoaversie wordt nog gevoed doordat accountants, zoals een van de geïnterviewden het zei, in de afgelopen jaren 'al veel klop hebben gehad'.
  5. Over de aanpak van faillissementsfraude, de nieuwe wet ter versterking van de positie van de curator, de curator als onbezoldigd opsporingsambtenaar en de samenwerking tussen verschillende overheidsinstanties, is er weinig optimisme onder curatoren. Daarnaast valt op dat er verschillen zijn in de locale praktijk. Zo wordt bijvoorbeeld het fraude-spreekuur in het arrondissement Rotterdam als nuttig ervaren.

Download de publicatie om alle interviews te lezen.

Lees de publicatie Grant Thornton | ‘Waar niet is...’ Flarden uit de insolventie-onderzoekspraktijk